Bijna drie jaar geleden kwamen wij er achter dat onze oudste zoon drugs aan verslaafd was. Hoe wij er achter zijn gekomen heb ik op papier gezet. Enerzijds voor ons zelf en anderzijds misschien voor anderen. Misschien herkennen zij er iets in alhoewel het wellicht te bizar voor woorden is.

Hoe ging het in dat voor “donkere” jaar 2005.

Onze oudste zoon woont al vanaf zijn 18de jaar op zichzelf. Aanvankelijk woonde hij op kamers in onze eigen gemeente. Op een gegeven moment kon hij elders een bovenwoning huren. Vanaf zijn 15de / 16de jaar rookt hij marihuana e.d. Wij hebben hem daar vaak voor gewaarschuwd maar niets hielp.

In het voorjaar kwam hij in de ziektewet want hij raakte zijn stem kwijt. Volgens hem had de huisarts gezegd dat dit kwam door het stof in de fabriek waar hij werkte.  
In de zomer vertelde hij dat hij inmiddels behandeld werd in het Utrecht Medisch Centrum want er zou een tumor aan zijn long geconstateerd zijn. Dan begint als familie een echt zorgelijke periode te ontstaan.

Aangezien hij in die periode ook last van zijn knie kreeg liet hij daar ook gelijk naar kijken. Een aantal jaren daar voor was daar een kiste verwijderd. Al snel vertelde hij dat in zijn knie ook een tumor zat. Deze werd ingespoten om te proberen hem te verkleinen zodat hij makkelijker te opereren zou zijn.

Een kleine maand later vertelde hij dat het UMC hem door verwezen had naar het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. In Utrecht konden ze hem niet verder behandelen en het AvL was gespecialiseerd in het behandelen van kanker. Hij noemde een naam van de specialist die hem behandelde.

Hij had ook al langere tijd diverse plekken op zijn lichaam. Vieze wonden over zijn hele lichaam. Volgens de artsen zou dit een schimmel zijn die versterkt werd door de prednison die hij gebruikte. Er moest eerst duidelijk zijn wat die schimmel precies was en welke bacterie daar verantwoordelijk voor was. Pas dan kon hij geopereerd worden aan zijn tumoren.

Al die tijd mochten wij als ouders niet mee naar het ziekenhuis. Steeds was er wel een kennis die hem reed maar hij hield ons wel steeds op de hoogte. 
Echter, langzamerhand begon er bij ons twijfel te bestaan. Zou het verhaal echt waar zijn.

Op een vrijdag hadden wij een gesprek met onze wijkouderling en vertelde hem over onze twijfel. Hij drong er bij mij op aan om te gaan bellen. Er moest een einde aan de twijfel komen want wij gingen er langzamerhand stuk aan.  
Toen ik het AvL belde bleek de specialist die hij genoemd had niet  te bestaan. Uit het gesprek wat ik had met een mevrouw van het AvL maakte ik ook op dat mijn zoon daar ook niet bekend was. Het enige wat wij ons toen af konden vragen was wat er toch aan de hand zou zijn. Waarom vertelt hij deze leugen, want dat bleek het inmiddels wel te zijn.

In de loop van de middag belde ik mijn zoon op. Hij zou die middag weer meer horen van de arts. Hij vertelde dat hij maandag in het AvL moest komen. Even twijfelde ik of ik hem moest zeggen wat ik inmiddels wist. Maar ik belsoot nog even zijn spelletje mee te spelen. Ik drong er op aan dat ik met hem mee wilde en mee ging. Na enig tegensputteren ging hij akkoord. Hij moest er om 10.40 uur zijn en wij spraken af dat ik om 09.45 uur bij hem zou zijn.

Maandagmorgen belde hij mij om even na acht uur op en vertelde dat hij zich in de dag vergist had. Hij moest niet die dag maar de volgende dag komen.  
Hij wist niet dat ik de hele week vrij was en ik zei hem dat ik dan de volgende dag mee ging.  
Moet je niet werken dan, zei hij. Neen, ik ga met je mee. Zelfde tijd.

Mijn vrouw en ik waren die avond niet thuis en toen wij thuis kwamen lag er een briefje van onze jongste zoon. Zijn broer had gebeld. Hij moest niet om 10.40 uur in het ziekenhuis zijn maar om 13.20 uur.  
Toen ik om 12.30 uur bij hem thuis kwam lag hij nog in bed. Ik drong er op aan dat hij zich snel aan moest kleden wilden we nog op tijd in het ziekenhuis zijn.  
Toen hij zich aangekleed had zij hij dat hij net een sms'je had gekregen dat hij eerst via de huisarts naar de dermatoloog moest om de plekken op zijn lichaam te laten behandelen.

Op dat moment heb ik hem gevraagd even te gaan zitten om eens te praten. Ik heb hem geconfronteerd met het niet bestaan van de specialist. Hij probeerde nog even een uitvlucht te vinden. Maar toen ik hem zei dat hij in het AvL niet bekend was kon hij alleen maar bekennen dat hij daar nog nooit geweest was.  
Toen ik hem vervolgens vroeg of de kanker wel bestond en er niet een ander probleem was bekende hij dat hij het verhaal verzonnen had. Vervolgens ging hij naar zijn slaapkamer. Ik heb hem even daar alleen gelaten en ben er toen ook heen gegaan. Hij lag te huilen op zijn bed en toonde duidelijk spijt van de leugen die hij verteld had.  
Hij liet mij toen een base pijp zien en vertelde dat hij basecoke gebruikte. Mijn wereld stortte in. Dit kan niet waar zijn.  
Hij vertelde een tussenpersoon te zijn en dit verhaal naar zijn omgeving opgehangen te hebben om eens soort medelijden te wekken. Zijn omgeving zou dan wat milder tegenover hem staan want hij stond bij de nodigen in het krijt.   

Toen ik hem vroeg waarom hij “gebruikte” kwamen de verwijten. Wij zouden te weinig voor hem klaar gestaan hebben. Hij kon nooit met ons praten en als hij wilde praten zouden wij nooit “thuis” hebben gegeven. Ook zijn vroegere werk kreeg nog een duit in het zakje. Kortom zijn verslaving was veroorzaakt door al het verkeerde om hem heen.  
Het lag in ieder geval niet aan hem zelf. Hij was het slachtoffer.  

Ik heb hem gezegd dat ik naar mijn wereld nu het echte verhaal moest vertellen. Hij smeekte mij haast dat niet te doen. Zijn wereld mocht niet weten dat het hele verhaal een grote leugen was.  
Wij konden echter niet mee gaan in zijn wereld. Zijn moeder en broers en schoonzusters waren verbijsterd toen ik hen vertelde wat ik aangetroffen had. 
Mijn vrouw, zijn moeder, had de zelfde twijfel als ik over zijn verhaal. Maar niemand verwachtte dat het gebruik van drugs hier achter zat.  

Ik heb hem geadviseerd direct contact op te nemen met zijn huisarts om zich te laten behandelen. Alleen dan kon hij geholpen worden. 
Volgens hem was de oplossing vertrekken en ergens anders opnieuw beginnen. Als hij uit de drugswereld weg is kon hij er vanaf blijven. Ik geloofde hier niets van. 
Deze mensen weten hem elders ook te vinden en ergens anders weet hij “dat spul” weer te vinden.

Ik wist niet hoe het verder zou gaan. Maar ik had vreselijke angst dat het verkeerd zou  aflopen. Loslaten kon ik hem niet en wilde ik ook niet.  
Ik wilde om hem heen blijven staan en dat wilden wij allemaal. Maar meer konden wij hem niet helpen. Hij moest het zelf doen.  
Geld zou ik hem niet meer geven en ook zijn broers waren niet van plan hem nog maar een cent te lenen. Alles wat we hem de afgelopen jaren geleend habben is nooit terug gekomen. Van ons niet en van zijn broers niet. Waarschijnlijk heeft hij alles gebruikt om te voorzien in zijn behoefte.  
Inmiddels wist ik dat hij naar zijn omgeving het verhaal van de kanker bleef volhouden.

Voor ons was nu de tijd aangebroken om iedereen te vertellen van zijn leugen en zijn gebruik. Vrienden, familie, clubs, de kerkelijke gemeente, mijn werk. Iedereen wist van zijn kanker en leefde met ons en met hem mee. En nu moesten we met een soort (plaatsvervangende) schaamte vertellen van de leugen. Dat doet erg veel pijn. Maar gelukkig werd ons door niemand een verwijt gemaakt. Het enige wat wij op dit moment konden was bidden. Vragen of God ons en onze zoon wilde  helpen.

Door onze geschiedenis hadden wij lang God achter ons gelaten maar in 2001 heb ik ingezien dat ik niet zonder de hulp van God, onze Vader kan.  
Dat is weer een heel ander verhaal.  
Maar door het feit dat wij het geloof niet meer hadden beleden vanaf dat onze kinderen nog klein waren wilden de jongens niet meer in God geloven. Althans naar ons toe niet. Ik hoop en bid dat er toch iets van hun jonge jeugd is blijven hangen en zij inzien dat er voor hun een Vader is die voor hen wil zorgen.  
Ook onze oudste zoon gelooft niet meer. Toen ik met hem de bewuste dinsdag heb gepraat heb ik hem gevraagd te bidden om hulp. God is er ook voor hem. Hij zei niet te geloven in een God maar wel in “iets” hierboven. Hoe je Hem noemt vond ik op dat moment niet erg. Maar wendt je wel tot Hem.  
Ik hoopte alleen maar dat hij het oprecht zou doen.

Inmiddels is het 2007. Contact met hem hebben we (helaas) niet meer. Ik weet niet waar hij woont. Ik weet niet hoe het gaat. Gebruikt hij nog steeds ? Zorgt hij nog wel voor zich zelf ?  Vragen die ons elke dag bezig houden.

Ik zie uit naar de dag dat hij “schoon” is en ik hem weer in mijn armen kan sluiten.