Softdrugs zijn niet zacht en niet onschadelijk - legalisering is een vergissing
Datum: 15.11.2005 Bron: NRC

Softdrugs zijn niet zacht en niet onschadelijk - legalisering is een vergissing (door Andreas Kinneging) De VVD is `om'. Er is nu een Kamermeerderheid voor de legalisering van softdrugs. Een nieuwe stap op weg naar het liberale vrijheidsparadijs zal dus waarschijnlijk binnenkort worden genomen. Maar de argumenten daarvoor zijn beslist niet onweerlegbaar.

1. Softdrugs zijn niet schadelijk voor de gebruiker.
What's in a name? Cannabisproducten - wiet en hasj - worden min of meer vergoelijkend softdrugs genoemd: `zachte' drugs. Alsof hiermee niets aan de hand zou zijn: ,,sommigen eten een broodje shoarma, anderen roken een joint''. In werkelijkheid zijn cannabisproducten bijzonder slecht voor de gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. In de eerste plaats hebben diverse studies aangetoond dat iemand die vijf joints per week rookt even veel kankerveroorzakende chemicaliŽn binnen kan krijgen als iemand die een pakje sigaretten per dag rookt. En we weten inmiddels hoe ongezond dat is. Niet voor niets staat tegenwoordig met grote letters op sigarettenpakjes dat roken dodelijk is.

In de tweede plaats leidt het gebruik van cannabis tot ernstig geheugenverlies, een vertekende waarneming, afname van het concentratievermogen, verminderd denkvermogen, een verminderd vermogen problemen op te lossen, minder initiatief en een afname van de motivatie om wat te ondernemen. Cannabis produceert een chronisch passief individu, dat liever in bed blijft liggen dan op te staan en iets met zijn leven te doen. De meeste gebruikers van cannabisproducten zijn jong en zitten nog op school of doen een studie. Het gevolg van hun gebruik is slechtere school- en studieresultaten en vaak ook schooluitval: iets wat hun hele verdere leven dramatisch beÔnvloedt.

Sommige gebruikers zullen inderdaad in staat zijn hun drugsgebruik door een grote mate van zelfdiscipline binnen zulke strikte grenzen te houden dat hun leven er verder niet onder lijdt, maar voor velen geldt dat niet. Hun drugsgebruik gaat ten koste van hun verantwoordelijkheden thuis in het gezin, op het werk of in de studie. Een flink aantal glijdt daardoor af en maakt de mogelijkheden die ze hebben niet waar. Verreweg de meesten daarvan komen niet letterlijk op straat terecht en daarom is die schade min of meer onzichtbaar voor de statistieken, maar ze is er niet minder reŽel om. Het gebruik van cannabisproducten is bovendien het voorportaal van het gebruik van harddrugs. Niet voor iedereen, natuurlijk. Maar iedereen die aan de harddrugs verslaafd is, is ooit begonnen met cannabis.

De werelden van softdrugs en harddrugs zijn niet te scheiden, ook niet als softdrugs gelegaliseerd worden. Dat ze onafscheidelijk zijn, komt niet door het beleid, maar door het feit dat het beide drugs zijn. Tenslotte, begint cannabis - en met name wiet, dat het meest gebruikt wordt - zelf steeds meer een harddrug te worden, omdat het roeseffect dat erdoor teweeg wordt gebracht steeds krachtiger wordt. Dit is dankzij het feit dat het percentage van de effectieve stof erin (THC) steeds verder oploopt. Tegenwoordig is dat al het viervoudige van wat het twintig jaar geleden was. Een cannabisverslaafde die aanklopt bij een afkickcentrum is er tegenwoordig vaak slechter aan toe dan zijn heroÔneverslaafde evenknie.

2. Softdrugs zijn niet schadelijker voor de gebruiker dan alcohol en sigaretten. En die zijn toch ook vrijelijk verkrijgbaar? De overheid discrimineert softdrugsgebruikers, zeggen de voorstanders van legalisering. Immers, andere roesmiddelen zoals alcohol en tabak zijn wel legaal en vrij verkrijgbaar, terwijl de gezondheidsrisico's van drugs niet groter zijn dan die van alcohol en tabak. Zegt men. Dat laatste - dat de gezondheidsrisico's van drugs niet groter zijn dan die van alcohol en tabak - is maar helemaal de vraag. Ik wees er al op dat iemand die vijf joints per week rookt even veel kankerveroorzakende chemicaliŽn binnen kan krijgen als iemand die een pakje sigaretten per dag rookt. De kans dat iemand die regelmatig alcohol gebruikt aan alcohol verslaafd raakt, wordt door deskundigen becijferd op 10 procent, terwijl de kans dat een regelmatige softdruggebruiker verslaafd raakt aan drugs een stuk hoger schijnt te zijn. Maar zelfs als het waar zou zijn dat de gezondheidsrisico's van drugs niet groter zijn dan die van alcohol en tabak, dan nog is de klacht absurd en geeft ze blijk van een werkelijkheidsvreemde studeerkamermentaliteit. Laat het zo zijn dat we discrimineren tussen enerzijds drugs en anderzijds alcohol en tabak. We hebben al genoeg problemen met de alcohol- en tabaksverslaving. Beide eisen een enorme tol. Ze vernietigen honderdduizenden mensenlevens. Op nog een probleem erbij zit niemand te wachten. In plaats van drugs vrij te geven, omdat alcohol en tabak vrij te koop zijn, moet de conclusie andersom zijn. Omdat alcohol en tabak in vele opzichten even problematisch en onwenselijk zijn als drugs, zou ook de consumptie daarvan eigenlijk meer aan banden moeten worden gelegd.

3. Softdrugsgebruik is een `slachtofferloos delict'. Dat wil zeggen: de drugsgebruiker schaadt geen anderen, zoals een moordenaar of een dief, maar alleen zichzelf. Heeft John Stuart Mill, de grote 19de-eeuwse filosoof van de vrijheid, ons niet terecht voorgehouden dat ,,de enige reden op grond waarvan macht legitiem kan worden uitgeoefend over een lid van een beschaafde maatschappij is: het voorkomen van schade aan anderen''. Met andere woorden: Zelfs als softdrugs slecht zouden zijn, wat dan nog? Als mensen zichzelf te gronde willen richten, dan moeten ze dat toch zelf weten? We moeten toch niet paternalistisch willen zijn? Zo geredeneerd, moeten we ook de verplichte autogordel en bromfietshelm afschaffen. Ook dat zijn vormen van paternalisme, omdat ze althans ten dele zijn ingegeven door de zorg voor leven en welzijn van betrokkene zelf. Willen we dat? Ik niet. Maar een andere parallel is veel sprekender: de parallel met de gokverslaving. Deze heeft, sinds de overheid enkele decennia geleden het gokken heeft gelegaliseerd - en zelf gokondernemer is geworden - enorme proporties aangenomen. Tienduizenden mensen in Nederland zijn gokverslaafd geraakt, hebben daardoor hun hele leven te grabbel gegooid en zijn in de goot beland, waar ze vervolgens door de hulpverlening weer moesten worden uitgehaald. Een nog grotere groep heeft net op tijd de steven kunnen wenden, maar zit door hun gokverslaving zwaar in de schulden en verkeert in een uitzichtloze positie. De statistieken nemen die laatste groep niet waar. Maar het is wel realiteit. Is dat wat we willen? Natuurlijk zijn de autogordel en bromfietshelm niet alleen verplicht om de betrokkenen te beschermen tegen zichzelf, maar ook omdat de maatschappelijke kosten van verkeersongelukken daardoor afnemen. Het rijden zonder autogordel berokkent anderen schade, al was het maar financiŽle schade, door hogere verzekeringspremies. Hetzelfde geldt voor drugsgebruik. Het is alles behalve een `slachtofferloos delict'. Softdrugsgebruikers hebben hogere ziektekosten vanwege een grotere kans op lichamelijke en geestelijke problemen. Het beslag op de gezondheidszorg en de rekening ervan voor alle verzekerden zal toenemen; fors toenemen, als het aantal gebruikers, zoals ik denk, fors zal stijgen. De softdrugsgebruiker, die na afloop van een feestje achter het stuur kruipt is een even groot gevaar voor andere weggebruikers als iemand die alcohol gedronken heeft. Legalisering zal dus tot een toename van ongelukken leiden, in het verkeer en daarbuiten, bij voorbeeld thuis en op het werk. Maar wat nog het allerbelangrijkst is: omdat softdrugsgebruik passief en ongeÔnteresseerd maakt en de werking van zintuigen en verstand sterk negatief beÔnvloedt, doet de softdrugsgebruiker het veel minder goed als ouder, werknemer, student, en wat dies meer zij. Dat gaat ten koste van iedereen die met hem of haar te maken heeft. Vooral als het om kinderen gaat is dat schrijnend. Maar een werkgever met zo'n werknemer kun je ook niet feliciteren.

4. Liberalisering van softdrugs brengt `ontcriminalisering' van productie en handel met zich mee. Iedereen, van de kleine kwekertjes tot de grote, internationaal opererende drugsbendes, is in ťťn klap getransformeerd tot eerbare ondernemer. Dat is goed, want een zeer groot deel van de tijd en het geld van politie en justitie gaat op aan het bestrijden van deze vorm van criminaliteit. Het gevaar voor omkoping van politici, ambtenaren en anderen dreigt en is soms al werkelijkheid geworden. Bepaalde legale economische sectoren zijn deels met drugsgeld door de onderwereld overgenomen: denk aan delen van de horeca en de vastgoedsector. Legalisering van softdrugs zal ons van al deze problemen in ťťn klap verlossen. Dit is, naar ik vrees, de belangrijkste reden voor veel bestuurders om te pleiten voor liberalisering. Het lost een bestuurlijk probleem op, denken ze. Maar is dat wel zo? Genoemde problemen - en een aantal andere, zoals `verwervingscriminaliteit'- worden vooral veroorzaakt door criminelen die zich bezighouden met de productie en handel in harddrugs en gebruikers van die drugs. De problemen worden dus helemaal niet opgelost door de legalisering van softdrugs. Dat geldt eens te meer als je, zoals men kennelijk wil, de productie streng wilt reguleren. Als alleen erkende, `bonafide' producenten softdrugs mogen produceren, zal er een grote zwarte markt blijven bestaan en dus ook alle problemen, die hebben geleid tot roep om liberalisering. Ook het gebruik wil men reguleren: alleen meerjarigen mogen softdrugs kopen. Ook die - goed bedoelde regel - speelt de zwarte markt in de kaart. Veel van de softdrugsgebruikers zijn minderjarig. Een grote illegale markt zal dus blijven bestaan om in hun vraag te voorzien en daarmee de al dan niet georganiseerde criminaliteit om aan die vraag te voldoen - en haar zo mogelijk flink op te vijzelen. Of zouden de voorstanders van legalisering gegeven dit feit, om dit probleem op te lossen, er bij nader inzien toch maar voor kiezen drugs ook voor minderjarigen vrij te geven? Waarbij goed moet worden bedacht dat de prijzen dankzij legalisering vast lager komen te liggen en dus ook betaalbaar zijn met een klein wekelijks zakcentje. Maar de georganiseerde criminaliteit zal toch in ieder geval een flinke knauw krijgen, als softdrugs worden gelegaliseerd? Het is ongetwijfeld zo dat een deel van de vraag wegvalt, maar zal daarmee de georganiseerde criminaliteit verdwijnen of zelfs maar afnemen? Het is onwaarschijnlijk. Die zoekt gewoon een andere markt. Na de beŽindiging van de drooglegging in de VS, die volgens velen de georganiseerde criminaliteit zo gestimuleerd had, is de georganiseerde misdaad in de VS ook niet omlaag gegaan. En ze bloeit er tot op heden. Men heeft gewoon een andere markt gezocht.

5. Liberalisering van softdrugs zal slechts tot enige toename van het gebruik leiden. Dat legalisering leidt tot een flinke toename van het drugsgebruik, is empirisch veelvuldig vastgesteld. In Nederland is het gebruik van softdrugs dankzij het fameuze gedoogbeleid feitelijk sedert halverwege de jaren zeventig legaal. Overal in Nederland zijn sedert die tijd zogenaamde coffeeshops opgedoken, waar vrijelijk softdrugs kunnen worden gekocht. Het gebruik van cannabisproducten is in de afgelopen dertig jaar drastisch gestegen. Tussen 1984 en 1996 is het gebruik onder jongeren van 18 tot 25 verdubbeld. Tussen 1995 en 1999 is het aantal jongeren dat experimenteert met softdrugs wederom verdrievoudigd. Dit heeft alles te maken met de lage drempel om aan deze drugs te komen - er is altijd wel een coffeeshop in de buurt - en het feit dat het gebruik van softdrugs door grote groepen mensen, mede door het feit dat men het legaal kan verkrijgen, niet meer gezien wordt als iets slechts en afkeurenswaardigs. Ook op grond van theoretische argumenten komt men tot dezelfde conclusie. Een noodzakelijk gevolg van de prijsverlaging die het gevolg zal zijn van legalisering van drugs is immers dat veel meer mensen drugs zullen gaan gebruiken. Voor verreweg de meeste goederen in de markt geldt dat een prijsverlaging leidt tot een toename van de consumptie. Het valt niet in te zien waarom dat niet ook zou gelden voor softdrugs. De relatief hoge prijs is een van de factoren die nu mensen - met name jonge mensen met een smalle beurs - ervan weerhoudt om aan drugs te beginnen of ze vaak te gebruiken. Die factor valt dan helemaal weg. Volgens sommige experts zou bij legalisering van drugs er zelfs sprake zijn van een verdubbeling van het aantal gebruikers. Voor Nederland zou dit betekenen dat tussen de ťťn en twee miljoen mensen drugs zouden gaan gebruiken. 6. Het overheidsbeleid ten aanzien van drugs heeft gefaald. Eens. Anders dan de voorstanders van liberaliSering echter ben ik van mening dat dit komt omdat het beleid te liberaal is en niet te repressief. Juist doordat men in Nederland de laatste decennia zo'n liberaal beleid heeft gevoerd, is de drugsproblematiek zo groot als ze is. In de VS wordt een geheel ander drugsbeleid gevoerd. Men spreekt er wat bombastisch over de `war on drugs', maar die term geeft wel de ernst van de zaak aan en de kwaadaardigheid van de vijand. Anders dan wel eens gedacht wordt is de Amerikaanse `war on drugs' een betrekkelijk groot succes. Het drugsgebruik in de VS is sedert de jaren zeventig, toen men ook daar een liberaal beleid voerde, met meer dan ťťnderde gedaald. Kan men meer vragen dan zo'n gedeeltelijk succes. Drugs zullen helaas waarschijnlijk nooit meer verdwijnen. In die zin zullen we ermee moeten leren leven. Maar dat betekent niet dat we de handdoek in de ring moeten gooien en kunnen stoppen met de bestrijding van het kwaad.

Wat is het Amerikaanse beleid?
Het is gebaseerd op drie pijlers:

1. een keiharde aanpak van de productie en de handel in drugs.
2. een niet-vrijblijvende behandeling van drugsverslaafden, in de rug gesteund door politie en justitie.
3. de voortdurende publieke stigmatisering van alle drugs, door steeds maar weer, via de scholen, de media etc., te wijzen op de gevaren ervan en de negatieve consequenties ervan voor het eigen leven en het maatschappelijk welzijn. Afrondend en concluderend: in plaats van het gebruik van softdrugs te legaliseren, moeten we het gebruik ervan veel meer dan nu tegengaan. Het gaat tenslotte niet om een kleinigheid, maar om een maatschappij waarin onze kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien en volwassenen gelukkige en vruchtbare levens kunnen leiden.